Jeugdkamp

 

Ik was vrijwilliger op een vakantiekamp. 
Geen gewoon jeugdkamp, nee de doelgroep bestond uit ongeveer dertig kinderen, het grootste deel van het AZC in Baexem.
De vorige twee jaren waren hier ook kinderen bij uit de jeugdhulpverlening, maar dit jaar niet meer.
Er waren nu ook kinderen bij van kansarme gezinnen uit Roermond.

Eigenlijk zag ik er vanaf het begin van de voorbereidingen al tegenop, dat jaar. 
De vaste vrijwilligers van vorige jaren waren bijna allemaal gestopt. Er verscheen bij de uitnodiging voor de eerste vergadering een lijst met nieuwe vrijwilligsters. Ik zag het toen niet zitten.
Teveel erg jonge vrijwilligsters, slechts één volwassen vrijwilliger die er de vorige jaren ook bij was, ik. (Sorry, voor mij ben je nog steeds pas écht volwassen bij 21)
Maar ja, als ik óók nog eens af zou haken, dan laat je de organisatie ook in de steek.

 

Gelukkig bleken er later nog 2 of 3 volwassenen bij te komen.

Op woensdag was het tijd voor de vossejacht, het bekende zoekspel. Ik had me verstopt.
Toen de kinderen zouden vertrekken om de vossen te zoeken, was een van de vrijwilligsters ernstig ziek geworden en zij werd opgehaald door de ambulance. Men dacht aan hersenvliesontsteking, later dacht men aan Q-koorst (meen ik). Ik ontving in het bos een telefoontje dat het spel afgelast was en waarom.
Tja, dan denk ik meteen aan quarantaine die wellicht zou kunnen volgen.
Overigens, ook bij andere organisaties die op dezelfde locatie kampeerden waren enkele zieken te melden.

De helft van 'onze' kinderen waren van een AZC, de anderen uit kansarme gezinnen, weet u nog?
Terug aangekomen op de locatie bleek dat de kinderen helemaal in paniek waren. Enkele vrijwilligsters waren uitgevallen met hyperventilate. De coördinator had een ernstig privé-bericht ontvangen en was ook tijdelijk uitgeschakeld. Omdat er niemand nu de regie had, omdat het een chaos was heb ik de regie overgenomen.
De nog enigzins capabele vrijwilligers commandeerde en verdeelde ik over groepen kinderen om hun te kalmeren, te luisteren en het gevoel van veiligheid weer terug te brengen. Wel heb ik beloofd ook voor hun gevoelens tijd te maken, zodra de kinderen in bed lagen. Maar nu gingen de kinderen voor.
Ik heb zelf uiteraard ook een paar uur met verschillende kinderen gesproken en hen getroost.

 

In het kort wat ik verder bedacht en deed:

 

Zodra het kon de coördinator weer betrokken. Ik had wat ideeën en die heb ik voorgelegd aan de coördinator. Dit gaf haar weer houvast en ze stemde in met de volgende acties:

- Bestuur van de organisatie ingelicht en min of meer geëist dat we de volgende morgen assistentie kregen.
- Slachtofferhulp ingeschakeld wegens trauma's kinderen
- programma aangepast (zwemmen geschrapt want gevaarlijk. Velen niet konden zwemmen, te weinig fitte begeleiding
- alternatief programma ontwikkeld (binnenspeeltuin + bowlingbaan voor ouderen + bus geboekt)
- en ik ben meer dan 48 uur non-stop in de weer geweest inclusief dus de nachtwakes.

Dit waren allemaal zaken die ik spontaan bedacht, ik had geen ervaring met een dergelijke situatie.
Verder heb ik de volgende twee dagen ook nog vrijwilligsters naar huis moeten brengen omdat die ook nog instortten of ziek werden.
En met naar huis, dan bedoel ik niet naast de deur, we waren op een kamp, weet u nog?

Met de stappen die ik - en later de coördinator en ik samen - ondernomen hebben, is het ons gelukt om het toch nog een prettig kamp te laten worden. We hebben alle ouders en AZC geïnformeerd over de gebeurtenissen, zodat zij ook voor eventuele nazorg konden zorgen.
Voor zover bekend zijn er geen kinderen die nog een nasleep hebben ervaren. Enkele maanden hebben we nog een reünie georganiseerd. Kinderen, ouders en begeleiders waren erg dankbaar en zeer tevreden over de afhandeling.

Er was mij alles aan gelegen om de kinderen te beschermen. Zij zijn in een vreemde omgeving en in een traumatische situatie. Geen ouders of familie in de buurt. Erg eng dus.
Ik denk dat we er in geslaagd zijn om alles in goede banen te leiden voor iedereen. Ik denk dat dit een zorgvuldige manier van aanpakken is geweest.
Als de nood aan de man komt, dan kun je dus op mij bouwen.